Eilanden

Ga aan boord in Vannes, Baden, Quiberon, Lorient of één van de vele havens in de Morbihan en vertrek naar het onbekende! Ieder eiland, op enkele minuten of enkele uren, toegankelijk met een boot, per kajak of zelfs te voet als de getijden het toelaten, is zeker een bezoek waard.

BELLE-ÎLE-EN-MER

Belle-Île-en-Mer is met een oppervlakte van 83,76 km2 het grootste Bretonse eiland in de Atlantische Oceaan. Geen plek doet haar naam meer eer aan dan Belle-île, wat letterlijk “mooi eiland” betekent. Gelegen tussen rustige stranden en spectaculaire kliffen, pittoreske havens en groene landschappen. Een goed idee is om, zodra je met de boot aankomt in de charmante haven van Le Palais, een fiets of auto te huren om alle uithoeken van Belle-île te ontdekken. Begin je bezoek met een wandeling over de kades met kleurrijke huizen. Wandel op je gemak rond in de haven en in het centrum van Le Palais voordat je een bezoek brengt aan de citadel Vauban. Je bereikt de citadel via de poort van de vestingtoren. Het is een indrukwekkend gebouw. Wandel vervolgens naar de omwalling, vanwaar het uitzicht over de haven prachtig is.

HOUAT & HOËDIC

Voet zetten op het eiland Houat betekent een (zeer) mooi uitje en een inspirerend vleugje exotisme. Vanaf de haven van Saint-Gildas meng je je onder de eilandbewoners die hun karren naar het dorpje trekken. Voorbij de kleine witte huisjes kun je naar de ongerepte natuur ontsnappen.

Je komt het 5 kilometer lange eiland Houat binnen bij de drukke haven, waar schepen worden aan- en afgemeerd. Hier komen de vissers op de eerste plaats. Het eiland is hier authentiek en discreet. Op de kades stapelen de fuiken zich op. Schaaldieren, zeebaarzen en zeepaling belanden nog levend op de kades.

Een steile weg leidt naar het stadje, waar je de straatjes met witgekalkte huizen en blauwe luiken bereikt. Om de wind te weerstaan, zijn de leien daken vastgemetseld. De wind die continu over dit stukje grond blaast, zorgt dat zelfs de wolken worden verdreven. De zon heeft dus vaak vrij spel op dit eiland!

ÎLE DE GROIX

Na een overtocht van drie kwartier kom je aan in Groisillon, klaar om de steile fietspaden te trotseren, van gegrilde sardines te genieten en mee te zingen in een van de gezellige cafés. In een dorp met lage huizen of in een baai met helder water zul je ongetwijfeld het spreekwoord kunnen bevestigen: “Qui voit Groix, voit sa joie” (Wie Groix ontdekt vindt zijn geluk).

Op 6,5 kilometer van Lorient strekt Groix zich uit over 8 bij 3 kilometer. Het ruige en woeste westen verschilt van het vriendelijke oosten met zijn stranden en bossen. Het schiereiland is voor geologen een natuurwonder. Zij vergapen zich aan de 60 soorten mineralen, waaronder de zeer zeldzame blauwe glauconiet. De megalieten zijn het bewijs van een zeer oude menselijke beschaving. Maar het zijn de zeelieden van de Indische Compagnie en de tonijnvissers die het schiereiland welvaart en karakter hebben gebracht.

ÎLE-AUX-MOINES

Het Île aux Moines, het “monnikeneiland”, is het grootste van de 42 eilanden in de Golf van Morbihan. Het onderscheidt zich van de andere door de aanwezigheid van bos en haar zacht klimaat. Het eiland dankt zijn naam aan de monniken van de abdij van Redon die het eiland in de 8e eeuw cadeau kregen van de koning van Bretagne. Het hele jaar door is er een bootverbinding met het eiland vanaf Port-Blanc, zo’n 15 km van Vannes. Het eiland heeft een kruisvorm; het langste deel loopt van noord (Pointe du Trech) naar zuid (Pointe du Nioul) en is 6 km lang. Camelia’s, mimosa, palmbomen en sinaasappelbomen groeien hier in overvloed. Buiten het seizoen kun je heerlijk rustig wandelen door het stadje met zijn straatjes vol bloemen en pittoreske vissershuizen. Je kunt het eiland heel goed wandelend of op de fiets verkennen (fietsverhuur bij de kade waar de veerboot aanlegt). De fiets is ideaal om het Bois d’Amour en de heuvels bedekt met heide te doorkruisen, om het grote strand te verkennen, de kleine strandjes en de megalieten van deze “parel van de Golf”.

ÎLE D’ARZ

Het buureiland Île d’Arz is woester en is vooral geliefd bij wandelaars vanwege het schitterende kustpad. Vanaf Conleau duurt het 20 minuten voor je van de boot stapt en voet aan land zet op dit eiland met zijn ongerepte natuur. Het is een waar paradijs voor wandelaars. Er is weinig reliëf, maar het eiland is meer dan aantrekkelijk: een zeer diverse natuur, een dorpje en oude villa’s. Het kustpad leidt je rond het hele eiland en vanaf sommige punten heb je een geweldig uitzicht over de Golf. Bij de Pointe du Berno staat een getijdenmolen uit de 16e eeuw. Hij is gerestaureerd door een aantal gepassioneerde vrijwilligers en tegenwoordig werkt hij weer. In het dorp staat het museum Marins et Capitaines, waar je een kijk krijgt in de tijd waarin vrijwel alle mannen van het eiland naar zee gingen, om te werken in de koopvaardij of bij de marine.